Demolition Man - Oktober 2011
Wij noemen elkaar geen bedrijfspoedel of schoothondje.
Geert Wilders noemt Job Cohen een bedrijfspoedel en zegt tegen Mark Rutte: ‘Doe effe normaal man!’ De krantenkoppen zijn een dag later nog dikker dan anders. ‘Wat een taalgebruik!’ De media gaan meteen op zoek naar soortgelijke quotes uit de oude politieke doos en brengen een uitspraak van Wim Kok in herinnering, die Balkenende ooit het schoothondje van Bush noemde. Ook Jan Marijnissen schijnt ooit ‘Effe dimmen’ tegen toenmalig waarnemend Kamervoorzitter, de heer Weisglas, te hebben gezegd. Het is me toch wat… Gaat natuurlijk helemaal nergens over. Als de politiek en de media de politieke kretologie belangrijker vinden dat de economische malaise die de Miljoenennota verkondigt, dan zal ik ze eens wat vertellen over het taalgebruik in de bouwwereld. Het succes in de bouwput komt voort uit samenwerken.
Bovendien werken we met groot materieel, verwijderen we kolossale gebouwen, saneren we gezondheidsbedreigend asbest en werken we soms letterlijk op grote hoogte. Wie bij ons werkt, is ervan doordrongen dat veiligheid voor alles gaat.Wie zich echter niet aan de spelregels houdt of onvoldoende gefocust is, waardoor de veiligheid van hem en/of zijn collega’s in het geding is, krijgt dat op niet mis te verstane wijze op zijn bordje. Niet van mij, maar van de directe collega’s. Zij maken elkaar dan niet uit voor bedrijfspoedel of schoothondje. Ik ga hier niet verkondigen wat er dan wel gezegd wordt, maar neem van mij aan dat het er qua taalgebruik een tikje ruwer aan toe gaat.
Ik heb zelf ook jarenlang in de bouwput gestaan en begrijp de mannen van de bouw dus als geen ander. Het werk schreeuwt om duidelijkheid. Het is belangrijk dat iedereen weet wat kan en, belangrijker nog, wat niet. Als een scheldwoord met stemverheffing duidelijkheid verschaft, dan moet dat maar. De consequenties van onveilige werksituaties zijn namelijk vele malen groter.
De mannen van de bouw bezigen dus wat rauwer taalgebruik. Toch kan Den Haag nog wat van hen leren. De politiek is voornamelijk bezig om elkaars vliegen af te vangen en gevatter te zijn dan de ander. Daarbij worden de grenzen van het politieke taalgebruik verlegd. Los van het feit dat ze van die woorden in de bouw hun schouders ophalen, is het triest te constateren dat de heren en dames politici lijken te vergeten waar het echt om gaat: dat we voor elkaar moeten zorgen.
Wat dat betreft kunnen Rutte en consorten nog heel wat leren van de mannen in de bouw. Daar is men namelijk de hele dag bezig om met elkaar, op een zo constructief mogelijke wijze, in een veilige omgeving en met de grootst mogelijke zorg voor elkaar, succes te boeken. Dat daar soms wat scherpgerande woorden voor nodig zijn, daar ligt niemand hier wakker van.
Richard Vlasman












